Modelspoor Algemeen – 1e baanbouw

We zijn er uit. We hebben onze keuze bepaald voor welke schaal we gaan. We weten in welk tijdperk onze toekomstige treinen gaan rond rijden en we weten welke rails we willen gaan gebruiken. In het verder verhaal ga ik voor het gemak uit van een 2-rail systeem en de schaal N of H0. Dit omdat dit systeem en deze twee schalen verreweg het meest voorkomen en zodoende ook het eenvoudigste te vinden zijn.

Dan zijn we nu nog niet aan het einde van de beslissingen die we moeten maken. Want wat natuurlijk van het grootste belang is, welke ruimte hebben we tot onze beschikking. Heb ik een complete (verwarmde) zolder tot mijn beschikking, of een hoekje ergens op een slaapkamer. Je kunt nog zo’n prachtig idee hebben van wat je wil gaan doen, als de juiste ruimte er niet voor is, is het bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Kan dan iemand met weinig ruimte geen modelspoorbaan bouwen? Zeer zeker wel, alleen zal dat dan iets anders aangepakt moeten worden dat dat iemand bijna onbegrensde ruimte heeft. Maar dat wil niet zeggen dat een kleinere baan minder interessant is of hoeft te zijn. Maar hier komen we later nog wel een keer op terug.

De volgende beslissing die we eigenlijk moeten maken is waar ergens op deze aardbol is een plek waar onze trein rijdt en in welke tijd, dus moeten we nog een keuze maken welke plek dit is. Is dit het relatieve vlakke Nederland, is het het glooiende heuvellandschap in de Duitse Eiffel, of misschien het ruige berglandschap van de Alpen, om maar een paar van de vele mogelijkheden op te noemen. En is dit ergens rond 1900 of misschien begin 21e eeuw. Ook deze beslissing is van groot belang, omdat dit immers het toekomstige landschap gaat bepalen, maar misschien belangrijker, het materiaal waarmee we gaan rijden. Ik kan u zeggen dat een rijtuig van de NS niet zo geweldig overkomt als deze door de woestijn van Nevada USA rijdt. Evenzo zal een Japanse Shinkansentrein niet zo tot zijn recht komen op het Nederlandse traject Arnhem-Winterswijk. Ik weet, het zijn wat extreme voorbeelden, maar ze komen wel degelijk voor. Het is een keuze die u kunt maken, maar het tast wel de realiteitswaarde aan. Het is maar dat u er even rekening mee kunt houden.

De eerste aanschaf.
Dan zijn we bij het grote moment aangekomen. We gaan de eerste materialen aanschaffen. Ja, de eerste rails, besturing, locomotiefje, wagons/rijtuigen. En nu vallen er een aantal ‘deskundigen’ over mij heen omdat er nog helemaal geen plaats is gecreëerd om de baan te gaan leggen. Inderdaad, die is er nog niet, maar de eerste aanschaf is een belangrijk psychologisch moment en na zoveel beslissingen genomen te hebben, is dit de eerste kroon op de modelspoor hobby. Want wat is er nou mooier dan daadwerkelijk met een modeltrein gaan rijden bij de fysieke start van je modelspoor hobby. Leg het eerste baantje op de keukentafel of zo en laat de trein een paar rondjes rijden. Je zal zien, de vreugde in de nieuwe hobby groeit er explosief door. Tevens is dit een testmoment, je hebt nu een kleine investering gedaan en kunt nu voor je eigen gevoel bepalen of je hiermee verder wilt gaan of dat het toch niet echt iets voor je is. Had je eerst een tafel gebouwd voor je ‘toekomstige’ modelbaan en bevalt het eigenlijk toch niet, dan ben je die investering feitelijk ook kwijt. Dus het is ook van een klein economisch belang om eerst een simpel rondje op de ‘keukentafel’ te rijden. De investering voor je eerste modelspoor aanschaf is vrij makkelijk voor het grootste deel weer terug te verdienen door dat dan te verkopen. Tot nu toe is er altijd wel vraag naar.

Startset? Ja of Nee?
Ja en nee.
Ja, als je een startset koopt heb je in één keer iets compleet in handen, je hebt voldoende rails om bijvoorbeeld een ovale baan neer te kunnen leggen. Je hebt er een besturingseenheid bij, of dat nu analoog of digitaal is en je hebt een trein met wat rijtuigen en/of wagons. Maar vaak is de loc niet van hoogstaande kwaliteit en is ook de afwerking van de rijtuigen/wagons niet echt geweldig te noemen. Vind je dat geen probleem, is dat natuurlijk als eerste aanschaf prima te doen.

Nee, als je zo’n aanschaf via bijvoorbeeld Marktplaats of Ebay doet. Meestal koop je dan op goed vertrouwen van de verkoper en moet je maar afwachten of je ook daadwerkelijk goed materiaal thuis gestuurd krijgt. Je zal de eerste niet zijn die iets thuis krijgt wat niet werkt en ook nooit zal werken. Voor Ebay ligt het iets moeilijker, maar voor Marktplaats zou ik dan nog adviseren om altijd zelf de spullen op te halen nadat de verkoper het geheel gedemonstreerd heeft en jij het als goed ervaren hebt. Stottert een trein tijdens de demonstratie of zijn er andere storingen, neem hem dan niet mee, vaak kan het zijn dat de loc op het punt staat om er definitief mee op te houden. Hoe vaak iemand mij al probeerde wijs te maken dat een druppeltje olie het euvel zou verhelpen zijn echt niet meer te tellen.
Heb je toevallig iemand meegenomen die echt verstand van zaken heeft, dan kan die vaak nog wel beoordelen of het een kwestie is van vuil op de rails, wielen of stroomafnemers of dat de loc een grondige schoonmaakbeurt nodig heeft. Maar houd er rekening mee, een schoonmaakbeurt van een loc kost ook het nodige geld wat naar mijn mening voor rekening zou moeten komen van de verkoper dus in ieder geval van de verkoopprijs afgetrokken zou moeten worden.

Een andere mogelijkheid is om zelf naar bijvoorbeeld een treinenbeurs te gaan en daar zelf een startset samen te stellen. Vaak heb je dan tweedehands spullen die echter van prima kwaliteit zijn. Maar ook hier zijn er natuurlijk goede en slechte verkopers. Vraag daarom altijd om een testrit van de loc die je aanschaft om te zien dat deze netjes en soepel rijdt. De iets ervarener koper heeft tegenwoordig vaak een 9V-batterij op zak om treinen te testen. Door de polen van de batterij tegen de wielen te houden kunnen ze beoordelen of het motortje soepel genoeg draait om goed over de modelbaan te kunnen rijden. (dit geld overigens alleen voor analoge treinen) Digitale treinen moeten toch echt eerst een testritje maken op een proefbaantje. De meeste goede handelaren op een treinenbeurs hebben ook zo’n testbaantje bij zich. Geen testbaantje of geen 9Volt test. Niet Kopen! En natuurlijk, geen probleemloze test, ook NIET Kopen!

Nu is het definitieve moment aangebroken, we gaan een echte modelbaan ontwikkelen. Als eerste hebben we een plaats gevonden waar de tafel komt te staan voor onze modelspoorbaan. Nu moeten we kiezen of we een open tafel maken, of een gesloten tafel. Een derde mogelijkheid is nog om met modules te gaan werken, maar die laat ik hier even buiten beschouwing. Daar kom ik later op een andere pagina uitgebreid op terug.

Open tafel
open tafel
Gesloten tafel
gesloten tafel

Beide soorten tafels hebben hun voor- en nadelen.
Open tafels bieden meestal voldoende ruimte om overal goed bij te kunnen komen, vooral bij ‘onzichtbare delen’ van de spoorbaan. Verder zijn ze vaak wat lichter van gewicht dan gesloten tafels. Wel is de constructie van een open tafel lastiger en vraagt het vooraf een zeer goede planning van het spoorplan omdat voor alle sporen nog aparte (extra) ondersteuning nodig is.

Gesloten tafels zijn over het algemeen wat steviger en eenvoudiger te construeren. Het gewicht is meestal hoger, maar daartegen wel gelijk geschikt om rails op te leggen. ‘Onzichtbare’ delen van de baan zijn soms wat lastiger te bereiken.

Van belang bij het bouwen van een tafel is dat deze wel precies waterpas staat. Een kleine afwijking hierin kan er bijvoorbeeld voor gaan zorgen dat straks rijtuigen, die op een rangeerterrein staan opgesteld, spontaan het hoofdspoor op rollen. En dat willen we toch echt wel voorkomen.

Het leggen van de eerste rails.
Als de tafel eenmaal gebouwd is, kan er gewerkt gaan worden aan een railplan. We hebben nu immers de exacte afmetingen waarbinnen ons hele treingebeuren gaat vallen. Ondertussen is het misschien best wel een aardig idee om de al aanwezige rails uit te gaan leggen om zo nu en dan toch even te kunnen gaan rijden. Bijna niets is immers leuker dan te kunnen rijden. Ondertussen ga je nadenken over een railplan en deze mogelijk uittekenen op papier met de eventuele hulp van een railsjabloon of op de computer met behulp van één van de vele railplan programma’s die er te verkrijgen zijn. De een betaald, maar ook gratis versies die via internet te vinden zijn. De werking van deze programma’s ga ik hier niet uitleggen, maar handleidingen zijn er ook overal genoeg te vinden.

Het grote voordeel van de computerprogramma’s, is naar mijn mening, dat deze heel goed in staat zijn om ook met hoogteverschillen te werken, zodat treinen bijvoorbeeld ook heuvels en/of bergen kunnen beklimmen en afdalen of bijvoorbeeld tunnels kunnen passeren. Deze programma’s geven namelijk heel goed aan of het stijgingspercentage niet te groot wordt om de treinen soepel te kunnen laten rijden. Over dit stijgingspercentage wordt over het algemeen gezegd dat deze nooit boven de 4% uit mag komen omdat treinen er dan niet meer tegen op kunnen rijden. Zelf houd ik het liefst een stijgingspercentage van maximaal 2,5% aan, zodat ook bijvoorbeeld grotere stoomlocs of zwakkere treinen niet te veel moeite krijgen met stijgende en dalende rails. Sommige spreken wel eens van: “De beste helling is geen helling” en eigenlijk kan ik daar wel mee instemmen, maar soms is het niet te voorkomen wil je een interessante en/of aantrekkelijke modelspoorbaan creëren. Nog een belangrijk punt bij de ontwikkeling van een baanplan en de bouw van een modelspoorbaan zijn de bochten. Ook hier zou je kunnen zeggen, “de beste bocht is geen bocht.” Kijk eens naar het Grootspoorbedrijf, daar zijn de bochten allemaal heel erg ruim. Op schaal is dat helaas nooit te realiseren, omdat je dan minimaal de ruimte van een voetbalveld nodig hebt. (ook op schaal N). Maar daar waar mogelijk nodig, gebruik altijd zo ruim mogelijke bochten en probeer bochtstukken van R1 absoluut te vermijden. Grotere treinen hebben er bijna altijd problemen mee om er doorheen te kunnen rijden.

Om dan tot slot nog weer terug te komen op de bouw en uitbouw van de baan, De tafel staat, de eerste stukjes rails liggen, dan kunnen we gaan uitbouwen. Begin niet gelijk met een gigantische baan te bouwen, maar houd het eerst bescheiden. Plaats een paar wissels en maak een passeer-spoor. Ga zo stukje voor stukje uitbreiden en uitbouwen terwijl je ondertussen steeds gaat rijden met je trein en leer het materiaal kennen en er mee omgaan. Fouten maakt iedereen, maar een fout in een kleine baan is veel makkelijker op te sporen dan in een grote baan. Naar mate de baan dan groter word groeit ook het begrip voor en de kennis over het materiaal. Waardoor mogelijke fouten en/of problemen veel eenvoudiger te herkennen en op te lossen zijn.
 
 

Naar boven!